“Het is je verantwoordelijkheid om op te komen voor mensen die dat zelf niet goed kunnen”

Door Binnert de Beaufort op 4 juli 2020

Annick Houben (53) is advocaat en zit anderhalf jaar in het ombudsteam van PvdA-Hilversum zonder dat ze lid is van de Partij van de Arbeid. “Eigenlijk zou elke gemeente in Nederland een onafhankelijke ombudsman moeten hebben die niet per se gebonden is aan een politieke partij.”

Houben groeide op in Sint-Michielsgestel, een oud Brabants dorpje aan de rivier de Dommel, onder de rook van ’s Hertogenbosch. Haar moeder kwam uit Twente, haar vader uit Limburg.

“Mijn moeder was de eerste van het gezin die mocht studeren. Ze werd lerares aan de landbouwhuishoudschool.”

Haar vader kwam uit een echt onderwijzersgezin. Zijn vader, Houbens grootvader, was directeur van een basisschool in Afferden, nabij Venlo. Zelf werd hij directeur van de KPC-groep in Den Bosch, een landelijk onderwijsadviesbureau dat onder andere de AVI (Analyse van Individualiseringsvormen) ontwikkelde, de beroemde leesmethode waarmee vanaf 1972 generaties Nederlandse kinderen hebben leren lezen.

Houben omschrijft haar jeugd als “beschermd” en “traditioneel”. Haar vader was actief in het CDA en adviseerde Tweede Kamerleden over onderwijs. Als dochter van twee katholieke ouders was het  vanzelfsprekend dat ze zelf communie deed en daarna vormsel. Haar broer was misdienaar.

“Ik heb niet per se heel erg warme herinneringen aan de kerk.  Wel aan het gezin waarin ik ben opgegroeid. Ik was een ijverig meisje, leerde van mijn ouders dat je je best moest doen om iets te bereiken. ”

Annick Houben

Rechten

Na de middelbare school ging Houben rechten studeren. “Het was een negatieve keuze, want eigenlijk wilde ik geschiedenis studeren. Maar het vooruitzicht om leraar te worden, trok me totaal niet. Dus het werd toch maar rechten.”

Ze wilde naar Leiden, met als tweede keus Utrecht: “Ik had een sterke behoefte om uit die beschermde Brabantse omgeving weg te gaan.” Tot haar verdriet werd ze in beide steden niet ingeloot en moest ze naar Tilburg. Daar ontmoette ze aan de bar van haar studentenvereniging haar man.

Na haar studie kwam ze aanvankelijk te werken als jurist bij het ministerie van Landbouw in Den Haag. “Maar uiteindelijk was ik toch te nieuwsgierig naar de advocatuur.” Ze werd in 1993 advocaat bij het prestigieuze advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam. En daar is ze nu senior-medewerker bij de sectie Capital Markets.

De afgelopen jaren groeide bij Houben de drang om iets terug te doen voor de samenleving. Via een project van haar kantoor las ze een paar jaar kinderen voor die opgroeien in Amsterdamse achterstandswijken om zo hun taalontwikkeling te stimuleren. “Veel van die kinderen hebben ouders die zelf de Nederlandse taal niet machtig zijn en dus zelf hun kinderen niet kunnen voorlezen. Daardoor groeien zij op met een achterstand ten opzichte van kinderen met Nederlandse ouders.”

Lid van het ombudsteam

Hoe ben je uiteindelijk bij het ombudsteam van de PvdA in Hilversum terechtgekomen?

“Ik was al een tijdje op zoek naar een manier waarop ik mijn expertise en vaardigheden als advocaat kon inzetten voor de samenleving, naast mijn werk bij De Brauw. Dat voorlezen is prachtig, maar ik had het gevoel dat ik op een andere manier meer kon betekenen voor mensen. Via een vriendin van mij kwam ik in contact met Nelleke Degenhart (oud-raadslid voor de PvdA in Hilversum en tegenwoordig fractiemedewerker voor de PvdA in Wijdemeren – BdB) van het ombudsteam in Hilversum. Zij nodigde mij uit om een keer mee te gaan naar het spreekuur van het ombudsteam in wijkcentrum Sint Joseph. Ik was eigenlijk direct verkocht.”

Ons ombudsteam behandelt jaarlijks een kleine honderd zaken van mensen die in de problemen zijn gekomen met de gemeente, met de belastingdienst, met woningbouwverenigingen, die kampen met schulden. Was je geschrokken van deze problematiek?

“Ik was echt verbaasd over de slechte bereikbaarheid en traagheid in de communicatie van instanties, zoals woningbouwverenigingen. De communicatie is vaak ook nog ingewikkeld. Nelleke zegt het treffend: de gemeente communiceert met haar burgers op havo-niveau, terwijl de meeste burgers niet meer dan mavo hebben. Wanneer mensen in de problemen komen – zij hebben een probleem met de verhuurder of ze krijgen een rekening voor gemeentelijke lasten die ze niet kunnen betalen, bijvoorbeeld , nemen ze contact op met de betrokken instantie. Maar als ze dan niet begrijpen wat er van hen wordt gevraagd, er gebeurt niets of ze worden van het kastje naar de muur gestuurd, haken ze af. Ook zie je dat instanties niet pro-actief zijn in het oplossen van geschillen, de feitelijke situatie zelf bekijken en deze afwegen. Dan kunnen de problemen zich opstapelen en komt het ombudsteam in beeld.”

Plicht

Waarom vind je het belangrijk om dit werk te doen voor het PvdA-ombudsteam terwijl je zelf geen PvdA-lid bent?

“Ik vind het mijn plicht om op te komen voor mensen die dat zelf niet goed kunnen. Eigenlijk zou elke gemeente zijn eigen ombudsman moeten hebben, die onafhankelijk van de gemeente en van de politiek mensen kan helpen die dreigen te verdrinken in het systeem.  Die ombudsman heeft Hilversum niet. Maar het werk dat het PvdA-ombudsteam doet, staat wat mij betreft los van de politiek. Het team helpt mensen die dat nodig hebben, ongeacht hun afkomst of politieke voorkeur, en die die hulp ergens anders niet kunnen krijgen. Ik vind het een fantastische club en ben onder de indruk van hun gedrevenheid.”

Hilversum is een gesegregeerde gemeente, rijk en arm wonen in verschillende wijken, leven in verschillende werelden die elkaar nauwelijks raken. Denk je dat mensen die het wat beter hebben wel wat meer oog zouden mogen hebben voor mensen die het wat minder hebben?

“Hilversum is daarin niet uniek. Die segregatie is overal in Nederland. Die zie je terug in de scholen waar de kinderen naartoe gaan, de sportclubs waar ze lid van zijn. En, ja, ik vind het zeker belangrijk dat mensen weten wat er in de samenleving speelt, soms maar een paar kilometer bij hen vandaan, en dat ze oog hebben voor mensen die het minder hebben, die opgroeien met minder kansen. Dat vind ik ook geen politiek standpunt. Ik denk dat je als mens een verantwoordelijkheid hebt ten aanzien van anderen, vooral wanneer je meer kansen hebt gekregen in het leven. Ik denk dat het onderwijs daar een grote rol in kan spelen. Daar moeten kinderen leren dat er meer is dan alleen hun eigen omgeving en dat ze ook verantwoordelijk zijn voor de ander die het minder heeft.”