Opinie: Hilversum vroeger of inclusieve samenleving nu?

Door Femke van Drooge op 25 juli 2018

(6 min lezen) De bezwaartermijn over de naamgeving van de Burgemeester Bootlaan is verlopen. Het college zal dus weldra met een reactie komen. Daarmee is ook een antwoord te verwachten op de schriftelijke vragen die wij samen met de SP hebben gesteld. Wij vinden nog steeds dat Molenpad een betere naam is en dat er helaas voldoende redenen zijn om burgemeester Boot niet met een straatnaam te eren. Het college moet naar onze mening pal staan voor Hilversum als inclusieve gemeente, waar het bepleiten van raciale segregatie niet wordt getolereerd. Dit ondanks het feit dat burgemeester Boot ook zeker goede dingen heeft gedaan voor Hilversum.

Wat is er ook alweer aan de hand? Bewoners van de nieuwe straat zijn boos. Zij willen graag het Molenpad als naam. Deze naam heeft historische betekenis voor deze straat, hij verwijst naar de molen “De Ruyter”, die aan het einde van deze straat heeft gestaan. Ook historische vereniging “Pas op!” heeft een brief geschreven waarin zij hun voorkeur voor de naam ‘Molenpad’ uitspreken.

Onze schriftelijke vragen hadden echter nog een andere invalshoek, eentje die meer stof deed opwaaien in de media. Dat betreft de geschiedenis van oud-burgemeester Boot zelf. Joost Boot was in de jaren ’70 en ’80 een uitgesproken verdediger van het apartheidsregime in Zuid Afrika, een tegenstander van vrijheidsbewegingen en een bepleiter van het zogenaamde ‘thuislandenbeleid’. Volgens mijn SP-collega Rebekka Timmer en mijzelf is dit een duidelijke reden voor het college om zich nog eens goed achter de oren te krabben over de naamgeving.

Niet iedereen

Niet iedereen denkt er zo over. Ik heb gemerkt dat het voor sommige mensen moeilijk is te accepteren dat er een andere kant aan het levensverhaal van burgemeester Boot zit. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van Hilversum als Mediastad, door de omroepen hier naartoe te halen. Hilversum viert dit jaar haar bestaan als ‘100 jaar Mediastad’. In dat kader zijn er meerdere publicaties geweest, die de positieve associatie met burgemeester Boot nog eens versterkt hebben. Sommige publicaties pleit actief voor een naamgeving in de openbare ruimte als eerbetoon. In geen van deze publicaties (die ik heb gevonden) wordt echter melding gemaakt van zijn werk ná zijn pensioen in 1968. Zijn rol in de discussie over de apartheid is dus onderbelicht gebleven.

‘Hoe erg’ is het?

Toevallig zijn het ook deze schrijvers die zich vlak na onze vraagstelling het meest actief tegen onze vragen keren en de waarheid ervan in twijfel trekken. Want ‘hoe erg’ is het nou daadwerkelijk, wat burgemeester Boot heeft gezegd of geschreven over de apartheid? Is dit niet een geval van ‘met de kennis van nu de beslissingen van toen veroordelen’? Nu moeten we zeker ook alle andere straten met een controversiële naam hernoemen? Kortom: het leek mij verstandig om nog eens wat dieper in te gaan op de materie, om misverstanden de wereld uit te helpen.

De ‘kleine apartheid’ was het scheiden van rassen door wetten en regels in Zuid Afrika.

Retorisch trucje

Politiek historicus Ewout Klei heeft zijn proefschrift geschreven over het Gereformeerd Politiek Verbond, waarin onder andere de discussie over apartheid in de Nederlandse politiek aan bod is gekomen. Ik heb contact met hem opgenomen om te controleren of ons perspectief wel correct was. Hij zegt er het volgende over:

“De scheiding tussen de grote en kleine apartheid was een theoretisch/retorisch trucje om de apartheid te verdedigen en toch geen racist te zijn (in je eigen ogen dan). Boot was de drijvende kracht achter COZA, het Comité Overleg Zuid-Afrika, een pro-apartheidsorganisatie die pro-apartheidsorganisaties als het NZAW, Geen Kerkgeld voor Geweld en het Oud-Strijders Legioen bundelde in één overkoepelend platform. Boot financierde een advertentie in Trouw, 10.000 gulden duur, waarin de apartheid werd verdedigd.”

Thuislandenbeleid

Zelfs als we het verschil tussen kleine en grote apartheid wel in acht nemen, kan er geen twijfel over bestaan dat burgemeester Boot in ieder geval de ‘grote apartheid’ actief bepleitte – hier zijn meerdere bewijzen voor te vinden. Maar wat betekent dit daadwerkelijk, en ‘hoe erg’ was het? De grote apartheid was het idee dat zwarte mensen zich beter zouden kunnen uiten en ontwikkelen in hun eigen land, onder een eigen (zwarte) regering.

De praktijk was dat miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen gedwongen werden naar reservaten te verhuizen die slechts 13% van de oppervlakte in Zuid Afrika omvatte. Deze gronden waren zonder waardevolle grondstoffen, niet geschikt voor landbouw en ver van de reeds ontwikkelde economieën en werkgelegenheid in de grote steden. Boot pleitte dus voor een beleid dat het regime in Zuid Afrika in staat stelde om, onder valse voorwendselen, zo goed als dezelfde racistische onderdrukking tot stand te brengen.

Historische context is ook belangrijk

‘Untitled (apartheid)’ van Keith Haring, 1984, uit de collectie van het Stedelijk Museum van Amsterdam.

Dan is er de vraag of zijn standpunt in de context van de geschiedenis achteraf wel te veroordelen is. Persoonlijk zal ik wel degelijk milder oordelen over een standpunt dat nú controversieel is, maar dat toen volkomen normaal werd gevonden. Mensen zijn immers een product van de omgeving waarin zij opgroeien. Dus wat mij betreft is het belangrijk of burgemeester Boot een voor die tijd normaal standpunt innam of niet.

Burgemeester Boot was tot in de jaren ’80 een fervent voorstander van de apartheid. Vele van mijn eigen partijgenoten kunnen zich nog levendig het publieke debat herinneren over de apartheid in de jaren ’70 en ‘80. Toen Joost Boot zijn boek ‘Praatboek uit Zuid Afrika’ publiceerde in 1982, waarin hij opnieuw het thuislandenbeleid bepleit, waren er al meer dan tien VN-resoluties aangenomen die expliciet de apartheid veroordelen en meerdere boycotten en embargo’s tegen Zuid Afrika opleggen vanwege de apartheid en het geweld dat eruit voortkwam.

Ook in Nederland werd veel gedemonstreerd tegen de apartheid.

Ook hier heeft de historicus Klei iets te zeggen: “Ook in de jaren zeventig en tachtig was zijn pro-apartheidsstandpunt omstreden. Niet alleen bij links, maar ook bij de ARP en daarna het CDA. Alleen uiterst rechts, het GPV, de SGP, de Boerenpartij (en in mindere mate de RPF), steunde de apartheid. Gezien het feit dat Boot zeer actief de politiek van de apartheid heeft verdedigd, ook in een tijd dat de apartheid als racisme werd veroordeeld, is het bijzonder dat er een straatnaam naar hem vernoemd wordt. In onze multiculturele samenleving, die tegen racisme en uitsluiting is, een straat naar een apartheidsapologeet vernoemen is een gotspe.”

Erg genoeg

Dit portret hangt in de galerij van het Raadhuis. Van mij mag het blijven hangen (eventueel met wat extra context).

En dat brengt ons bij het laatste punt. Is het erg genoeg om af te zien van de straatnaam? Neutraliseert dit alle goede dingen die hij voor Hilversum heeft gedaan? Laat ik daar eerst beginnen. Dit neutraliseert absoluut niet de goede dingen die burgemeester Boot voor Hilversum heeft gedaan. Op basis van de informatie, die het college had, is het niet vreemd dat zij heeft gedacht dat een eerbetoon op zijn plaats zou zijn. Die goede dingen mogen ook wel degelijk in herinnering blijven. Zijn portret hoeft van mij niet uit de galerij van burgemeesters op het Raadhuis verwijderd te worden, zoals bijvoorbeeld de Hilversumse NSB-burgemeesters Von Bönningshausen en Fijn dat wel zijn.

De straten in Ede en Varsseveld die naar burgemeester Boot zijn vernoemd, hoeven van ons ook niet te worden veranderd. Dat is ten eerste niet onze zaak als raadsleden van Hilversum, en daarnaast gaat het hier om straten die al een hele tijd zo genoemd zijn en waar nu mensen wonen die dat adres al jarenlang voeren. De rompslomp en irritatie die het veranderen van naam en adres zou betekenen voor hen lijkt ons niet de moeite waard. Overigens is mijn SP-collega Rebekka Timmer dit niet met mij eens, meld ik voor de volledigheid.

Maar in dit geval gáát het niet om het veranderen van een straatnaam die al jaren zo is ingeburgerd, voordat bepaalde kennis naar boven kwam of voordat bepaalde zaken in een ander perspectief zijn gezet. Het college kan tot nu toe niet al teveel kwalijk genomen worden, aangezien de burgemeester en wethouders simpelweg niet volledig op de hoogte waren. De burgemeester heeft al aangegeven dat het college zelf ook meer onderzoek zal doen, een standpunt dat ons zeer redelijk lijkt. Uiteraard pleiten wij daarnaast ook voor een betere poging tot inspraak of overleg met bewoners, vóórdat besloten wordt tot naamgeving van een nieuwe straat, voor zover mogelijk.

Signaal naar de samenleving

Maar mocht het college straks, met de nieuwe kennis van deze achtergrond van burgemeester Boot, tóch besluiten om deze nieuwe straat naar hem te vernoemen, ook nog eens tegen de wens en uitstekend alternatief van bewoners in, welk signaal zou het daar dan mee af geven? Dat het college de verering van het eigen verleden belangrijker vindt dan een samenleving die zich nú hardop uitspreekt tegen segregatie, tegen apartheid en ja, tegen racisme. Gezien de toenemende polarisatie van het politieke landschap in Nederland vind ik juist dat het nodig is, dat politici zich hardop uitspreken tegen segregatie. Ik ben ervan overtuigd dat Hilversum ruim voldoende mensen (burgemeesters of anderszins) heeft om trots op te zijn, wiens naamgeving geen dubbel gevoel zal opleveren.

Femke van Drooge

Femke van Drooge

Femke van Drooge is fractievoorzitter voor de PvdA Hilversum. Zij is hier geboren en getogen en voelt zich ook een echte Hilversummer. Opgegroeid in de Hilversumse Meent, maar nu woont zij in het centrum, samen met haar man en haar hond. Van Drooge beschouwt zichzelf als sociaaldemocraat in hart en nieren. Zij gelooft dat mensen

Meer over Femke van Drooge